Direct aanvragen


Nieuwsartikelen - Sonell

Looninkomsten geen onderdeel winst uit onderneming

De Wet IB 2001 kent een rangorderegeling voor het inkomen in box 1. Op grond van deze rangorderegeling wordt looninkomen, dat tot de belastbare winst uit onderneming behoort, als zodanig in de heffing betrokken, ondanks dat dit inkomen ook als belastbaar loon kan worden gekwalificeerd. Dat doet zich voor als er een nauwe samenhang bestaat tussen de in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en de werkzaamheden als ondernemer. De werkzaamheden in dienstbetrekking moeten dan wel in het geheel van de ondernemersactiviteiten een ondergeschikte plaats innemen.

Een ondernemer werkte ook in loondienst. Het loon uit dienstbetrekking bedroeg in 2005 € 42.401. De ondernemer wilde deze inkomsten tot de winst uit onderneming rekenen om zo te voldoen aan het urencriterium en recht te hebben op zelfstandigenaftrek. Volgens de urenadministratie bedroeg het totaal aantal gewerkte uren in 2015 1.569,5, waarvan 1.295,5 uren in loondienst.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat er geen bewijs voor de vereiste nauwe samenhang tussen de ondernemersactiviteiten en de in loondienst verrichte werkzaamheden was geleverd door de ondernemer. Op basis van de omvang van de werkzaamheden in loondienst en van de ondernemersactiviteiten was niet voldaan aan de voorwaarde dat de in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden in het geheel van de ondernemersactiviteiten een ondergeschikte plaats hebben ingenomen. Het loon uit dienstbetrekking was geen onderdeel van de winst uit onderneming.


Subsidieregeling SLIM op 2 maart open

De subsidieregeling SLIM (stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) wordt op 2 maart opengesteld. Vanaf die datum tot 31 maart is €15 miljoen beschikbaar voor ondernemers in het mkb voor zaken als het oprichten van een bedrijfsschool, loopbaanadviezen voor personeel of het volgen van een (deel van een) mbo-opleiding. In september volgt een tweede openstelling. Het maximale subsidiebedrag per aanvraag is € 25.000. De regeling wordt uitgevoerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


Kamervragen effectiviteit lage-inkomensvoordeel

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over de effectiviteit van het lage-inkomensvoordeel (LIV) beantwoord. Het LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een loonniveau van 100 tot 125% van het wettelijk minimumloon. Uit onderzoek is gebleken dat het aantal werkenden op dit loonniveau na de invoering van het LIV licht is gestegen. Het gaat om tussen de 3.000 en 23.000 extra werkende personen. In de jaren 2018 en 2019 is ongeveer € 1 miljard uitbetaald aan het LIV. Hoewel de regeling van het LIV niet alleen bedoeld is om extra mensen aan het werk te krijgen, maar ook om banen te behouden, kan een berekening worden gemaakt van de gemiddelde uitgave per extra werkende. Die komt uit op € 76.000. De minister is in gesprek met werkgevers over een effectievere invulling van de instrumenten uit de Wet tegemoetkoming loondomein, waaronder het LIV. In het voorjaar van 2020 zal de minister de Kamer over de resultaten van deze gesprekken informeren.

Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming voor de verhoging van het wettelijk minimumloon voor 18- tot en met 22-jarigen. Doel van deze regeling is het beperken van mogelijke negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid van de verhoging van het minimumjeugdloon. Het jeugd-LIV kost ongeveer € 125 miljoen per jaar. De verhoging van het minimumjeugdloon heeft volgens onderzoek nauwelijks invloed gehad op de arbeidsparticipatie van jongeren. Het jeugd-LIV is met ingang van 2020 gehalveerd en wordt in 2024 afgeschaft.